Na een moment greep ze naar de citroenappel. De eerste hap verraste haar – scherp, puur, verfrissend. Hij werd niet milder en deed niet alsof hij zoet was. De smaak riep een bekende gedachte op: hoe vaak ze haar mening had verbloemd, haar instincten had onderdrukt of haar grenzen had overschreden om het comfortabel te houden. De citroen liet dat soort compromissen niet toe.