‘Meneer, ik zweer dat ik u terugbetaal als ik groot ben. Wilt u alstublieft een blik melk voor mijn kleine broertje kopen?’
Deze kleine, trillende stem sneed door de zinderende middagzon van Mumbai op de parkeerplaats van de supermarkt.
De negenjarige Arya Nair stond ineengedoken in een versleten salwar kameez, haar pasgeboren zoontje Kabir gewikkeld in een oude deken.
Haar lippen waren droog en Kabirs zwakke gehuil verdween in de kakofonie van de stad.
Mensen haastten zich voorbij,
sommigen keken weg,
anderen mompelden:
‘Ze bedelt. Ze doet
vast alsof.’
Maar Arya vroeg niet om geld;
ze vroeg om iets simpels, iets diepgaands,
iets dat iedereen die het hoorde met het hart voor het oor zou raken:
een blik melk voor een baby.
Voor het eerst in wat een eeuwigheid leek, stopte er iemand.
Daar stond een man, zijn pak glanzend en kreukvrij, zijn schoenen tot in de puntjes gepoetst, een zwarte BMW achter hem, een echte blikvanger.
Het was Dr. Rajiv Malhotra, de beruchte vastgoedmagnaat van Mumbai,
een man die bekend stond om zijn meedogenloze deals, torenhoge wolkenkrabbers en onbuigzame persoonlijkheid.
Hij was niet iemand die zich gemakkelijk liet beïnvloeden.
Hij zei met zijn diepe, gezaghebbende stem:
« Wat zei je net? Zeg het nog eens. »
Maar achter die strengheid schuilde iets anders.