De drie motorrijders zongen twaalf uur lang onafgebroken voor mijn stervende baby, tot ze haar laatste adem in mijn armen uitblies. Ze stopten geen moment. Niet toen hun stemmen oversloegen. Niet toen hun vingers bloedden van het gitaarspelen.
Niet toen de verpleegsters hen smeekten om te rusten. Ze bleven zingen omdat de achttien maanden oude Lily in paniek zou gillen telkens als de muziek stopte.
Mijn naam is Sarah Martinez en mijn dochter werd geboren met een hersentumor ter grootte van een golfbal. De artsen gaven haar zes maanden. Ze werd achttien.
De afgelopen week was het zwaarst. De tumor was zo groot geworden dat hij op haar pijncentra drukte. Ze had elke seconde dat ze wakker was ondraaglijke pijn.
De morfine werkte niet meer. Niets hielp meer. Ze schreeuwde alleen maar. Uur na uur. Dat kleine baby’tje, dat nog nooit iemand kwaad had gedaan, schreeuwde alsof ze gemarteld werd.
Het geluid brak iedereen die het hoorde. Verpleegkundigen verlieten huilend haar kamer. Andere ouders op de kinderafdeling vroegen om overgeplaatst te worden.
Ik was alleen. Lily’s vader vertrok toen de diagnose werd gesteld. Hij zei dat hij het niet aankon om haar te zien sterven. Mijn ouders woonden aan de andere kant van het land.