Als experts één ding het vaakst noemen bij appels, is het niet vitamine C of het lage aantal calorieën. Het zijn de vezels.
Waarom vezels zo belangrijk zijn
Vezels:
-
ondersteunen een gezonde stoelgang
-
voeden goede darmbacteriën
-
helpen je langer verzadigd te blijven
-
vertragen de opname van suikers
-
kunnen helpen bij het verlagen van cholesterol
Bij appels is vooral pectine interessant. Pectine is een oplosbare vezel die in contact met vocht een soort gel vormt. Daardoor verloopt de vertering trager en gelijkmatiger, en dat kan gunstig zijn voor mensen die last hebben van snelle honger, energiedips of schommelende bloedsuiker.
Praktisch gezegd: een appel is vaak een betere snack dan iets dat even zoet is, maar weinig vezels bevat, zoals koek of frisdrank.
3) Appels en bloedsuiker: waarom de vorm uitmaakt
Een belangrijk punt waar experts vaak op hameren is: hoe je een appel eet, maakt verschil.
Hele appel vs. appelsap
-
Een hele appel bevat vezels, kost tijd om te eten, en wordt langzaam verwerkt.
-
Appelsap bevat nauwelijks vezels, drink je sneller, en geeft sneller suiker in je bloed.
Dat betekent niet dat appelsap “gif” is, maar het gedrag in je lichaam is anders. Als je bijvoorbeeld op je suiker-inname let of minder schommelingen wilt, is een hele appel vrijwel altijd de betere keuze.